Blog

14 januari 2026

Daar ben je

Wij begonnen gedichten te schrijven toen onze dochter Imme twee was. De ideeën kwamen haast vanzelf, omdat Imme, zoals alle peuters, allerlei grappige dingen deed of zei. Monique droomde een keer dat ze een koekje at. Imme sliep die nacht bij ons in bed – ze werd ineens wakker en riep: ‘Mama, ik wil ook een koekje!’ Dank je wel, Imme, voor het idee voor het gedicht Oor tegen oor. Het staat in onze bundel Lichtjes in je ogen: ik hoor wat je denkt / denk nog even door / blijf stil bij me zitten / oor tegen oor.

Over het eerste jaar van onze dochter hebben wij nooit geschreven. Als kersverse, onwennige ouders hadden we wel wat anders aan ons hoofd. Door onze kleindochters kregen we een prachtige herkansing om alles nog eens mee te maken – met wat meer afstand en ervaring. In de bundel Daar ben je hebben we de hoogte- en dieptepunten van dat bijzondere eerste levensjaar in woorden gevangen.

Meestal schrijven we in de ik-vorm, vanuit het perspectief van een kind. Maar een pratende baby klinkt al gauw potsierlijk en flauw. Daar ben je is onze enige bundel waarin de ik-figuur een volwassene is, een ouder of grootouder. Dit poëzie-prentenboek gaat over de eerste 12 maanden die in het teken staan van luiers, krampjes en knuffels, het ontdekken van woordjes en heel veel slapen, of juist niet…
Het titelgedicht schreven we voor het geboortekaartje van onze oudste kleindochter. Fluisterlied, het laatste gedicht, stond op het kaartje van de middelste.

Charlotte Dematons heeft het boek en de geboortekaartjes voorzien van fantastische illustraties. Ook in Daar ben je heeft ze allerlei bestaande schilderijen verstopt. Bij het gedicht Banana schildert ze een variatie op het laatste avondmaal – maar dat valt lang niet iedereen meteen op.

29 oktober 2024

De wens is uitgekomen

In 1980 werkte ik in Lelystad op een ISK, een Internationale Schakelklas. Als leraar Nederlands gaf ik vakken als koken, wiskunde en techniek aan kinderen van allerlei nationaliteiten, met het doel om ze in te wijden in onze taal, zodat ze konden doorstromen naar het reguliere onderwijs. In mijn klas landde een groepje Vietnamese jongens die zonder familie waren gevlucht om aan de burgeroorlog in hun land te ontkomen. Heel leergierig waren ze, en slim. Na een maand stelden ze mij al veel te moeilijke wiskundevragen, in het Nederlands.

Dit voorjaar kregen Monique en ik de vraag om een prachtig prentenboek te vertalen: Whishes, van de Vietnamese schrijver Mượn Thi Văn (geboren in 1980) en illustrator Victo Ngai. Het boek vertelt het verhaal van hun vlucht, van het achterlaten van geliefden, van een gevaarlijke reis over zee. In weinig woorden wordt voelbaar gemaakt wat het betekent om een bootvluchteling te zijn. We voelden ons vereerd dat we dit belangrijke boek vanuit het Engels mochten vertalen. Zeker in deze tijd waarin vluchtelingen met kou en kilte worden ontvangen in ons land.

Wat waren we blij en verrast toen Wünsche vorige week werd bekroond met de Deutsche Jugendliteraturpreis. Dit indringende prentenboek over een familie die moet vluchten ligt vanaf vandaag ook in het Nederlands in de winkel: De wens

21 december 2023

Peter van Hugten

Op 17 december is Peter van Hugten overleden. We hebben samen één boek gemaakt, de dichtbundel Salto Natale. Ik was zo ongelooflijk blij met zijn werk, ik voelde me vereerd dat hij mijn gedichten wilde illustreren. Peter was wereldberoemd naar mijn idee, en ook nog eens heel erg aardig. Omdat ik de omslagtekening zo prachtig vond, kreeg ik hem zomaar ingelijst cadeau.
In 1994 koos ik Peters tekening voor Mijn favoriete illustratie, een boek waarin 33 schrijvers vertellen over de mooiste tekening bij hun werk. Ik schreef:

Mijn favoriete tekening is het omslag van Peter van Hugten voor mijn dichtbundel Salto Natale. Waarom? Het antwoord op deze vraag is lastig te geven. Hoe vang ik zoveel beeld in weinig woorden?

Peter van Hugten maakte dit omslag nadat hij mijn gedichten las. Mijn woorden kregen zijn beeld. Toen hij mij de omslagtekening liet zien, wijzigde ik ter plekke de flaptekst voor mijn dichtbundel. Peters lijnen en kleuren gaven mij woorden voor het gedicht dat nu achterop staat.

Past het leven in een kamer?
Eerst de deur op een kier
en daarna mag ook het raam
wagenwijd.
Vanaf het dak
is de wereld beter te overzien.

Tekening en gedicht omsluiten vijfentwintig andere gedichten en tekeningen die naast en met elkaar bestaan: wie illustreert nu wie?
De rechte lijnen van het huis geven de tekening een zekere kracht. Maar het lam op de voorgrond, pasgeboren, de ogen nog gesloten, is zo kwetsbaar. Het lijkt of het een keuze heeft: de wereld aanschouwen of stil verdwijnen? Of is het al verdwenen? Is de inkt al weggekrabd en rest er alleen nog een contour, een getekende herinnering?

In Salto Natale vond ik, onder andere, eindelijk de woorden om een serie gedichten te schrijven over de dood van mijn broer. Het rommelig verdwaasde mannetje steekt zijn nek uit – hij waagt de stap van de veilig brede dijk naar de smalle nok van het dak en blijft in evenwicht…

29 november 2022

WK – Verkocht

Het WK-voetbal dringt zich op. Ineens krijg ik op social media reclames voorgeschoteld om naar een van de Golfstaten te gaan. Naar Dubai en Qatar vooral – maar ik laat het aan me voorbij gaan. Ik was er al eens.

In 2001 bezocht ik in Dubai de Nederlandse School. Behalve bouwvakkers zag ik er ook veel kinderen aan het werk, sommige pas vier jaar oud. Een paar kilometer buiten Dubai moesten deze kleuters op kamelen racen. De kindjockeys kwamen uit arme landen als Pakistan, India en Bangladesh. Ze waren door hun ouders verkocht, of ze waren ontvoerd en naar Dubai gesmokkeld. Het racen werd te gevaarlijk gevonden voor kinderen uit Dubai zelf. Kamelen struikelen nogal eens, en als je dan onder al die poten terechtkomt…

De kamelenjockeys kregen nauwelijks te eten, zodat ze lekker licht bleven en de kamelen zo min mogelijk tot last zouden zijn. Ze sliepen in containers – overdag was het bloedheet, ’s nachts kon het vriezen – voor de kamelen stonden er jacuzzi’s klaar.
Aan de ouders waren gouden bergen beloofd als hun kind een kamelenrace zou winnen. Maar de meeste wachtten tevergeefs op die bonus en ook op de thuiskomst van hun dochter of zoon. In de Volkskrant stond dat er tienduizenden kindslaven als jockey zijn misbruikt, en dat terwijl de Emiraten internationale verdragen hadden ondertekend die dit verboden.

“Geen foto’s” stond er op een bordje bij de racebaan, want officieel bestonden deze praktijken niet. Ik maakte ze stiekem toch, omdat ik over deze wantoestanden een boek wilde schrijven. Het verhaal van de kindjockeys greep me aan: een half jaar lang sleepte ik me elke dag naar zolder voordat ik de avonturen van drie ontvoerde kinderen/personages met iets meer afstand kon bekijken.
Mijn boek Verkocht kennen ze waarschijnlijk niet in de Golfregio, alhoewel… Toen ik jaren later de Nederlandse school in Oman bezocht, werd mijn paspoort bij de douane ruim twintig minuten nagevlooid door een douanier, en er werd daarna omstandig overlegd met meerdere collega’s, terwijl Monique er in tien seconden door was.

Nu, twintig jaar na mijn bezoek aan Dubai, worden de kamelen door robots “bestuurd”. Jammer dat die dingen geen voetbalstadions kunnen bouwen, en dat er eigenlijk niets is veranderd in die wereld.

Verkocht is nog steeds te koop.
Het boek kreeg de Woutertje Pieterse Prijs.
De illustraties zijn van Philip Hopman.

10 november 2021

Bliksemkind

Vandaag heb ik de definitieve versie van mijn nieuwe boek ingeleverd bij Querido. Ongeveer eind mei verschijnt het onder de titel Bliksemkind. Het manuscript vloog digitaal de deur uit als bijlage bij een mailtje aan mijn geweldige redacteur Dik Zweekhorst. Beetje steriel en onpersoonlijk eigenlijk wel. Geen postzegel, envelop en loopje naar de brievenbus, maar een licht klikje met m’n muis op Verstuur en wéggg… In het document valt geen kras of verbetering te bekennen. Dat was wel anders toen ik met schrijven begon.

Tot en met Het gouden oog, schreef ik mijn boeken op een Remtor de Luxe typemachine. Lekker bonken op de toetsen, en bij de “return” aan het eind van elke regel, bij het terughalen van de wagen, een licht belletje. Als ik te snel ging klonterden de hamertjes aan elkaar vast en dan werkte ik verder met vingers vol inkt. In plaats van een correctielint gebruikte ik flesjes Typex en kleine velletjes met een soort krijt om letters te wissen – je legde het krijtpapiertje op de letter en sloeg de letter of het woord dan nog een keer aan – dan stond het wit leesbaar in het papier gedrukt, maar het was zielloos geworden zonder inkt.
In plaats van een heel vel over te tikken, plakte ik de tekst die ik wilde vervangen vaak met stickers af, of ik lijmde halve pagina’s aan elkaar. Manuscripten uit die tijd zagen er een stuk ambachtelijker uit en waren vooral ook veel dikker dan die van nu. Maar het resultaat was hetzelfde: een boek. Bliksemkind is onderweg naar vormgever en illustrator. Nog een half jaartje geduld.

Als voorbeeld een paar manuscript-pagina’s van mijn boek Kom terug.

19 oktober 2020

Kinderboekenweek 2020

De Kinderboekenweek zit erop. Een overzicht:
10 dagen klassenbezoeken samen met Monique (in aparte klassen), een dag alleen op stap, een dag beeldbellen met 3 klassen vanaf mijn werkzolder, een pabo-lezing geannuleerd. Eibergen, Rekken, Beltrum, Oud-Beijerland, Volendam en Klarenbeek. In de goed voorbereide klassen werd zelden naar mijn lievelingskleur gevraagd.

Alles was voorbeeldig georganiseerd door De Schrijverscentrale, waarvoor dank.
Mag ik even opscheppen met het eerste deel van een stukje in het AD?

22 juni 2020

Jubileum – 40 jaar schrijver

Juni 1979 fietste ik bloednerveus naar Uitgeverij Kosmos op de Herengracht. Ik kreeg drie minuten om uitgever Josephine Vonk te spreken. Ik wilde haar per se zelf mijn eerste manuscript overhandigen – het leek me beter dat ze mijn gezicht bij de verhalen voor zich zag dan een postzegel. Een jaar later verscheen mijn debuut, Elke dag een hokje, met illustraties van Ietje Rijnsburger.

Er volgden wat recensies in allerlei kleuren en maten:
In de Lektuurgids noemde M. De Bruijne het “een fijn boek dat menig
lezertje van om en bij de zeven zal boeien”.
In de NBLC-aanbiedingstekst stond: “Eentonige verhaaltjes. Er gebeurt weinig…”
Klas 3 en 4 van de Chr. School in Elden sprak dat laatste tegen. In hun recensie in het AD stond: “Wij vonden het een leuk boek, omdat er zoveel gebeurt. Het enige wat we minder leuk vonden, was het slot. We hadden verwacht dat Sjoerds vader thuis zou komen…”
Ze konden niet weten dat ik al aan een tweede deel was begonnen om aan die wens te voldoen. En dat ik zou blijven schrijven. Sinds 1987 fulltime, en nu, in 2020 ben ik dus 40 jaar schrijver en geeft Querido een bloemlezing uit met 40 Jubelientjeverhalen: De mooiste Jubelientjes. Feestjes moet je vieren.

13 februari 2020

Pabo – serieus?

Laatst gaf ik een poëzielezing op een pabo. Doel was om allerlei lesideeën te geven om met poëzie aan de slag gaan in de praktijk. Dat was ook wel nodig, want de eerstejaars studenten lazen nauwelijks, begreep ik, en zeker geen poëzie.
De les ging goed, maar… ongeveer 40% van de studenten was afwezig – het volgen van (gast)colleges bleek op de Hogeschool niet verplicht te zijn, en dat verwondert mij. Over leesvaardigheid bestaan nogal wat zorgen de laatste tijd. Je verwacht dat een pabo professionals aflevert, dat je (klein)kind in de klas komt bij een leerkracht die op de hoogte is van jeugdliteratuur en rijk taalonderwijs kan geven.
Op de pabo die ik bezocht werd hardop getwijfeld aan de leesvaardigheid van de studenten. Een docent vertelde dat veel studenten grote moeite hadden om een simpel betoog te lezen en te begrijpen. Anderhalf A4’tje bleek te veel van het goede, maar dat ene zinnetje over het weg mogen blijven bij colleges konden ze kennelijk wel goed aan. Leve de vrijblijvendheid?

Een hbo/pabo “vult” de opleiding met onderdelen die van belang geacht worden voor de toekomstige beroepspraktijk. Van toekomstige leerkrachten mag je in deze tijd van ontlezing verwachten dat ze op de hoogte zijn van het boekenaanbod, van prentenboeken, poëzie en (non)fictie. Onderdeel van hun werk wordt dat ze in hun eigen klassen boeken en lezen stimuleren, en zo de woordenschat van de leerlingen verrijken. Zonder kennis van zaken, en zonder taal kom je niet zo ver.
Wil je je (klein)kind in een klas hebben bij een leerkracht die dit onderdeel van het vak niet beheerst? Of anders gezegd: voel je je veilig in de auto bij een chauffeur die bij het rijexamen alleen de vierkante verkeersborden hoefde te kennen? Ikke nie.

VRAGEN:
• Is het op meer pabo’s zo georganiseerd dat lessen niet verplicht zijn?
• Zou je je kind in de klas willen hebben bij een leraar die zelf niet leest?
• Neem je als directie van een pabo je eigen opleiding wel serieus als je dit verzuim van (gast)colleges toestaat?

11 december 2019

Leeshonger stillen

Gisteren gaf ik via de onvolprezen Schrijverscentrale mijn laatste poëzielessen van dit jaar, ik bezocht de brugklassen van een school voor voortgezet onderwijs in Laren om de liefde voor poëzie over te brengen. In gedichten (en verhalen) staat zoveel moois. Dat vindt minister van Engelshoven ook. ‘Lezen is prachtig!’ zegt ze, en in het kader van het dalende leesplezier belooft ze op korte termijn een publicatie aan alle scholen over wat werkt om het leesonderwijs te verbeteren. Mooi. Als ze ook maar verwijst naar De Schrijverscentrale, een organisatie waar honderden schrijvers en illustratoren te boeken zijn. Tijdens een schoolbezoek krijgen leerlingen een inkijkje in de achtergronden van de verhalen, en en passant worden de docenten frisse lesideeën aangereikt.

Een schrijver in de klas… dat werkt! De boeken van de schrijvers zijn na een klassenbezoek vaak niet aan te slepen. Leesplezier? Leeshonger past beter.
Dus als ik de minister een advies mag geven: laat alle scholen weten dat er een Schrijverscentrale bestaat, en zorg ervoor dat scholen auteurs uit kunnen nodigen. Mocht de minister zelf willen ervaren hoe het werkt, ze is van harte welkom om een keer een les bij te wonen.

9 november 2019

Tommy Wieringa op Urk

Een tijd geleden moest ik in de bibliotheek van Urk optreden. Ik liep over de jeugdafdeling naar het zaaltje. Tussen de boekenkasten zaten opvallend veel kinderen te lezen. Tientallen. Op de grond, op krukjes, aan tafels. En allemaal in opperste concentratie.
‘Is het altijd zo druk hier?’ vroeg ik aan de bibliothecaris.
‘Meestal wel,’ fluisterde ze. ‘Maar je moet ook even kijken wát de kinderen lezen: alleen maar boeken met een rode stip op de rug. Vanwege het geloof mogen ze die boeken van hun ouders niet mee naar huis nemen, en zo’n leenverbod maakt nieuwsgierig, dus dan lezen ze die rode-stip-boeken hier.’
Aan deze Urkse vorm van leespromotie bij kinderen heeft Tommy Wieringa deze week een aantrekkelijke vorm toegevoegd. Niet alleen boeken verbieden, maar ook verstoppen. En zo komt het met het lezen helemaal goed.

Ga naar de bovenkant